In de praktijk

Een gesprek rond de Effectencalculator; wat kan ik verwachten?

Na afloop zijn veel aanwezigen enthousiast. Inwoners waren blij dat ze de ruimte kregen om hun eigen verhaal toe te lichten. Professionals deden nieuwe inzichten op door gezamenlijk en systematisch terug te blikken.

Maar vooraf was hen niet altijd duidelijk wat hen te wachten stond – zo gaven ze vaak aan… Daarom hieronder meer informatie over een sessie met de Effectencalculator.


Wie is aanwezig?

Meestal gaat om een groep van vijf tot zeven mensen. Dat werkt het best. Het gaat om:

  • De direct betrokkenen: de cliënt/inwoner (of iemand namens hem/haar) en de meest betrokken professional(s).
  • Aangevuld met andere professionals die deze situatie misschien niet precies kennen, maar wel weten hoe het bij soortgelijke situaties gaat.
  • Elk gesprek vindt plaats onder begeleiding van een Effectencalculateur, die daarvoor een training heeft gehad.

Voor het gesprek rond de Effectencalculator gelden altijd enkele spelregels:

  • Iedereen doet mee aan het gesprek
  • Iedereen stelt zijn/haar eigen grens over wat wel of niet besproken wordt
  • Alles wat besproken wordt, blijft ‘binnen de vier muren’ van dat moment
  • In de eventuele uitwerking worden persoonsnamen niet opgenomen (niet van de cliënt/inwoner, niet van de professional)

Hoe verloopt het gesprek?

Elk gesprek is anders; zo weten we na honderden gesprekken rond de Effectencalculator. Maar een aantal dingen komt vrijwel altijd terug:

Aftrap

  • In een kort welkom licht de begeleidende Effectencalculateur toe waarom iedereen bij elkaar zit
  • Centraal in de Effectencalculator staat een tijdslijn. Wanneer begon de ondersteuning? En wanneer is deze afgerond, of loopt deze nog? Dat wordt samen bepaald.
  • Daarna word kort stil bij de beginsituatie. Welke vraag had de inwoner toen hij/zij voor het eerst in beeld kwam.

Twee soorten ‘post it’s’

Vervolgens kijken aanwezigen met elkaar nauwgezet hoe het een en ander is verlopen. Dat gebeurt op twee manieren:

  1. Hoe is het met de inwoners gegaan? Wat ging na verloop van tijd beter, of slechter in het leven? Wat waren de hoogte- of dieptepunten? En hoe is dat gekomen?
  2. Welke ondersteuning is geboden? Door wie? En wanneer, voor hoe lang?

Deze worden kort en krachtig samen op ‘post its’ genoteerd, waardoor er een goed beeld groeit.

Leerzame vragen

Om hiervan te leren worden vaak nog aanvullende vragen gesteld. Bijvoorbeeld: ‘De gemeente wil werken vanuit het idee van ‘een gezin, een plan, een coördinator’. Is dat in deze casus wel of niet gelukt, en waarom?’

Bij nieuwe aanpakken wordt vaak een ‘referentie’ opgesteld: een tweede beeld met post-it’s waarin zo goed mogelijk samen wordt beschreven hoe het was gegaan met de oude werkwijze. Dat is inschatting die samen gemaakt wordt. Daarmee kun je scherp het verschil tussen ‘oud’ en ‘nieuw’ zien.


Calculator… gaan jullie alles uitrekenen?

Zeker niet alles wordt in cijfers uitgedrukt. Juist niet: de beschrijvingen zijn vaak het meest leerzaam.

Wel komen (veelal) de kosten aan bod. Iedereen wil de beste ondersteuning voor inwoners, maar tegelijkertijd moet dat wel betaalbaar blijven. Daarom dat de Effectencalculator ook naar de euro’s kijkt, of naar de uren-inzet van mensen. Als hulpmiddel daarvoor hebben we de maatschappelijke prijslijst opgesteld.

Heel vaak zagen we dat wat goed is voor de inwoner, ook goedkoper uitpakt voor ‘de maatschappij’ (op korte of lange termijn). Gewoon door het slimmer te organiseren, met bijvoorbeeld minder partijen, of door de échte problemen eerst aan te pakken.

Sommige mensen vinden het praten over kosten lastig (‘ik ben toch geen kostenpost?’). Dat mag; geef dat dan duidelijk aan.


Waarom is het van belang dat ik daar kostbare tijd voor vrij maak?

Elke dag weer ondersteunen vele professionals mensen die dat op dat moment nodig hebben. Ze proberen dat zo goed mogelijk te doen, tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Maar, dat kan altijd beter.

De Effectencalculator helpt om dat helder te krijgen. Het traject van één huishouden staat steeds centraal: de ‘casus’. Direct betrokkenen – de inwoner (zover mogelijk) én de professionals – lopen samen nauwgezet door hoe de ondersteuning is verlopen. Om daar een goed beeld van te krijgen, is het nodig dat iedereen die nauw betrokken was/is, meedoet in het gesprek. Alleen dan komt er een compleet en eerlijk beeld op tafel.

Dat vraagt een investering van een ieders tijd. Die betaalt zich ook uit in leerzame en inspirerende bijeenkomst.

  • “Ik vond het destijds heel vervelend om mijn geschiedenis weer op tafel te moeten leggen, maar nu begrijp ik goed waarom dat toch van belang was voor jou.”
  • “Nu snap ik pas goed, waarom het ik toen minder contact met je kreeg.”
  • “Goh, ik heb nooit geweten dat het daarom zo bij jullie werkt…”
  • “Morgen moeten we toch eens doorpraten over dat knelpunt; daar moeten we andere afspraken over kunnen maken.”

Moet dat zo lang duren?

Een sessie rond de Effectencalculator duurt 2 tot 3 uur. Soms korter, heel soms langer. Dat lijkt misschien lang, maar de ervaring is dat er een levendig en leerzaam gesprek ontstaat. De tijd vliegt ook voorbij.
Het gaat vaak om ingewikkelde trajecten, waarbij meerdere mensen betrokken zijn. Die hebben allemaal hun eigen ervaringen en zienswijze. Het kost gewoon de nodige tijd om dat goed met elkaar te bespreken.

Het helpt als de direct betrokkenen al het een en ander voorbereid hebben. Zo kunnen de professionals vooraf al op een rij zetten wat wanneer door wie is gedaan. Ook inwoners kunnen vast nadenken over de voor hun belangrijke momenten in het traject.